 |
Recensie X-Mass Metalfest
Het is inmiddels al een vaste prik voor elke metalhead, een bezoekje aan het jaarlijkse X-Mass Metalfest. En het doet eigenlijk weinig ter zake welke bands er die dag naar 013 afreizen. Al slaakte menig metalfan zuchtend de opmerking 'alweer Marduk'. Is dat terecht?
We zullen het merken. Het is die zaterdag al kort na zaalopening redelijk druk. Dat duidt de lange rij wachtenden buiten. Tweede daad, na het ophangen van het zwarte leren jack, is de gang naar de bar. Om het gehoor soepel te horen worden de keelholtes ingesmeerd met alcoholhoudend vocht. Een jaar geleden nuttigde men zoveel dat de biertank reeds rond 20.30 uur leeg was. Dat was deze keer weliswaar niet het geval maar de meesten van de circa 1800 bezoekers had een aardige stuk in de kraag na het gitaar- ritme- en brulgeweld tot de tiende macht. Dat begon al met de zeer aparte (spirituele?) industrialdoom van Planet Aids. Melodielijnen waren zelfs met een vergrootglas niet te traceren maar de bedoelde abstracte geluidscarambolage verzachte de afgelastingpijn. Melechesh, die eigenlijk had moeten aantreden, stuurde namelijk hun kat. Men weigerde om het festival te openen. En al helemaal in de Kleine zaal. Hoezo arrogant? Iets waar we bij het Poolse deathmetalveteranen Vader tevergeefs naar zullen zoeken. Want deze band had zelfs als headliner geen flater geslagen. En slaan kan de nieuwe drummer. Het is weliswaar geen Doc maar het dubbelblastdrumvoetwerk is dit kleine half uurtje uitermate indrukwekkend. In het najaar komt Vader terug op tournee. Pak je kans. De andere opener, Ensiferium, werd door de velen gevierd. Lees de reacties op deze site er maar op na. De grootste winnaar van de middag blijkt de Amerikaanse deathmetalcore wervelwind (The) Black Dahlia Murder. Een combo dat oogt als een tweede rangs dEUS of de alternatieve neefjes van My Morning Jacket maar met technische begaafdheid en furie elke concurrentie kunnen aangaan. Bijvoorbeeld met het betere werk uit Gothenburg, zoals The Haunted, maar ook zo met een band als Unearth of The Dillinger Escape Plan een podium kunnen delen. Het is vooral een hoge energieschaal waarop de als een hardcoreband bewegende groep hoog scoort. Je ziet dan ook een hardwerkende band, springend in en uit de maat en badend in het zweet, mede door een paar overtollige kilootjes. En die zaten ook in de volvette sound. Dat was bij de Oostenrijkse lompers Belphegor een stuk minder. Desalniettemin is hun ouderwetse blasfemische metal absoluut te pruimen. Venom, Blitzkrieg en Warpath gingen Belphogor voor en deden hetzelfde trucje ietwat beter. Maar ach, 'less is more', zei een filosoof ooit. Net als bij Vader anticipeerde het publiek met veel energie op de toch best wel uit de boot vallende dreunende hoempametal van die rare Finnen. Het uiterlijk van zanger Tapio Wilska verklaart de bandnaam. Wat een grote trol is die kerel toch. Daar stak dat sierlijke meisje achter de keyboards helemaal bij weg. Het leuke van die band is en blijft dat het lijkt dat Finntroll zich niet zo serieus neemt. Ook de hoge dosis humor valt zeer in de smaak. Finntroll is gewoon een feestbandje dat toevallig stevig en kundig om uit de kast komt. Napalm Death komt als een kiekeboepoppetje elke keer opnieuw verrassend (en verassend) uit een doosje gesprongen. Dit keer lijkt het bijna dat je naar een hardcoreband op leeftijd aan het kijken bent (de bijna continu nee-knikkende Mark 'Barney' Greenway zou ook zo een ex-voetbalhooligan kunnen zijn). Heel even denk je zelfs dat het gefrustreerde jazzlui zijn. Zo frustreert dat ze geen volume- en tempogrens meer kennen. En al is het geluid ver van optimaal, wat op zich geen ramp is voor gruizige grindcore, lijkt Napalm Death zoekende. Mag dat? Eigenlijk niet. Want als er een band is dat een stempel op de hardste variant van het harde genre heeft gedrukt, dan is het wel die Britse formatie. Mannen met make-up heersen. Vele X-massgangers vellen die conclusie naar het meemaken van Dark Funeral. In tegenstelling tot Marduk. De enige band die op alle edities van het X-Mass Metalfest de revue passeerde, heeft het ontzettend moeilijk om de aangeschoten, kieskeurige menigte amper boeien. Muzikaal valt er weinig te klagen, Marduk maakt nu eenmaal minimalistische blackmetal en weet door de jarenlange ervaring hoe dat moet, maar van interactie met het publiek is geen sprake. Jammer en een gemiste kans. En bovenal een gebrek. Want van een headliner mag je verwachten dat ze je in hun 'verhaal' betrekken. Gelukkig werd dat fiasco aardig gecompenseerd door de laatste twee bands in de Kleine Zaal. Het Franse Scarve zit nog steeds in de lift en je merkt dat die band nog haar magnum opus moet maken. En zal maken. Mystic Circle op haar beurt zijn simpelweg goed in wat ze willen en doen. Geen overbodige fratsen of opgeklopt gedoe. Het is vooralsnog best jammer dat die band dat nog niet echt heeft weten waar te maken met hun doorsnee albums.
GertJan Van den Blink
|
 |